dinsdag 24 april 2018

Auschwitz en Birkenau...

Het is vrijdagmorgen 20 april en samen met onze vrienden D&I
zijn we onderweg voor een bezoek aan de vernietigingskampen
Auschwitz en Birkenau. We sluiten er om 9u30 aan bij een groep
met een Duitstalige gids. Een staalblauwe lucht en een uitbundige zon
maken dat dit een perfecte dag is voor een toeristische uitstap, alleen
heeft onze bestemming een gitzwart dieptepunt nagelaten in de
geschiedenis van de mensheid!

In tegenstelling tot wat ik verwacht had ligt het kamp Auschwitz
vlakbij de bewoonde wereld. Ik dacht dat het veel meer afgelegen
zou liggen. Ook de ingangspoort met de bekende spreuk ligt een
eind verder op het terrein. Meerdere concentratiekampen hadden
destijds de spreuk "Arbeit macht frei" staan bij de ingang om de -
in de ogen van de nazi's- luie Joden aan te sporen hard te werken.
Omdat de originele spreuk op 18 december 2009 gestolen werd
hangt er nu een replica. Drie dagen na de roof heeft men de spreuk
in drie stukken gezaagd, teruggevonden in Noord Polen. Het origineel
wordt nu op een andere plaats bewaard.


Rudolf Höss, de eerste kampleider van Auschwitz, had zelf een aantal
jaren gevangen gezeten. Hij had ervaren dat fysieke arbeid hem door
 het gevangenschap heen hielp. Het kamp was in eerste instantie een
verlaten kazerne van het Poolse leger en werd aangelegd in april-mei 1940.
De eerste gevangenen waren 728 Poolse politieke gedetineerden.
Zij kwamen aan in juni 1940. In september 1941 experimenteerden de
nazi's voor het eerst met een insectenverdelgingsgas , Zyklon B,
op 850 Russen en Polen.


Hier een zicht op de kampkeuken.
Het aantal gevangenen schommelde tussen 12.000 en 16.000
met een piek van 20.000 in 1942. 


In tegenstelling tot in Birkenau zien we in dit kamp vooral
stenen gebouwen. In sommige van deze blokken zijn nu
exposities ingericht die ons een beeld geven van het dagelijkse
leven van de gevangenen. 


In vrijwel alle door de nazi's beheerde concentratie-en vernietigingskampen
speelde muziek een bijzondere maar overwegend macabere rol.
In 1940 ontstond in Auschwitz het eerste uit gevangenen samengestelde
"orkest". Ook in Birkenau en Monowitz ontstonden allerlei ensembles.
Uiteindelijk zou er binnen het gehele Auschwitz-complex sprake zijn van
in totaal zes orkesten. De Praagse violist Ota Sattler werd gedwongen om
Hot a Jid a Weibele (als een Jood een vrouw had) te spelen, terwijl zijn
vrouw en drie zonen hem in een lange rij passeerden op weg naar de
gaskamer.




Voor de gevangenen gold in het geheel geen vrijaf. Als er niets te sjouwen,
te dragen, te graven of uit te hakken was viel er nog altijd uit de luid-
sprekers de oproep om op de plaats voor het appèl te verschijnen.
Zo'n appèl kon uren duren in regen en wind, in de zwaarste sneeuwval
of onder de blakerende zon. Eén appèl, op 6 juni 1940, heeft 19 u geduurd.


Had er uit een blok 1 gevangene iets gestolen of een vluchtpoging
ondernomen dan werden uit dat blok 10 andere gevangenen
geëxecuteerd. Aan het einde van deze appèlplaats staat de
dodenmuur waartegen duizenden gevangenen werden geëxecuteerd.


Blok 3 is het meest authentieke blok op gans de site. Het meubilair 
en het sanitair is in de staat zoals het toen in gebruik was.
Per dag mogen hier maar drie groepen naar binnen. Voor ons gaat
deze deur vandaag open.


We zien hier vooral slaapplaatsen en sanitaire ruimtes.








Van op een afstand lijkt het alsof er behangpapier op de muren
zit maar van dichtbij zie ik dat het motief een muurschildering
is. Het is zo ongelooflijk fijn aangebracht.


Onder deze verfstreken is nog net een stukje van een
tekening te zien. Misschien heeft een van de gevangenen
zijn moeder/vrouw willen afbeelden nu hij ze zich nog
goed kon herinneren.


In blok 4 en 5 zijn er exposities waarin de uitroeiing en de misdaden
tegen de menselijkheid aan bod komen.


Daarna bezoeken we een blok waar achter glazen vensters allerlei
voorwerpen worden getoond. Hier een ruimte vol met lege blikken
van het dodelijke Zyklon B gas. Met één doos Zyklon B kon men

200 mensen vergassen. Op de site van Auschwitz en Birkenau 
waren 5 verbrandingsovens met ieder 3 ingangen in werking.



Hulpstukken, keukengerief, verzorgingsspullen, schoenen, brillen,
koffers, kledij en zelfs een ruimte vol met afgeknipte vrouwenharen.
Twee ton vrouwenhaar werd in Duitse fabrieken tot kabelstrengen,
tapijten, industrieel vilt en garen verwerkt. 










Volgens zijn persoonlijke schattingen maakte Wilhelm Brasse in zijn 
vier jaar als kampfotograaf tussen de 40.000 en 50.000 foto's.
Toen de Duitsers Auschwitz verlieten, riskeerde Brasse zijn leven
door het grootste deel van de foto's die hij zelf had gemaakt van de
vernietiging te redden. Om na de oorlog een bestaan op te bouwen
overwoog Brasse zijn vak als fotograaf te gaan uitoefenen, maar
toen hij een camera in handen kreeg begreep hij dat hem dat nooit 
meer zou lukken. Elke keer als hij in een objectief keek zag hij de
doden van Auschwitz. 
Het boek "De fotograaf van Auschwitz (Luca Crippa en Maurizio Onnis)
beschrijft het verhaal van Wilhelm Brasse als kampfotograaf.


In blok 11 was de kampgevangenis ondergebracht. Wie betrapt werd
op stelen kwam hier terecht. Typisch voor deze gevangenis waren de
sta-cellen. In een ruimte niet groter dan een telefooncel werden drie
tot vier mensen samengezet. Het was er volledig donker en ijskoud.
Vele gevangenen stierven door bevriezing. 


Wie blok 11 binnen ging wist dat hij dit blok niet
levend zou verlaten. Naast de sta-cellen waren er ook

verhonger-cellen. 


In blok 11 vonden ook de eerste vergassingen plaats. Executies en
ophangen volstonden niet langer. De nazi's zochten naar snellere
manieren om de gevangenen uit te roeien. Omdat blok 11 niet geschikt
bleek te zijn voor vergassingen moest een andere oplossing gezocht worden.


De vergassingen werden voortgezet in de grootste ruimte van het
crematorium, dat over een beter ontluchtingssysteem beschikte.
Dit is de ingang van deze gaskamer.


Eerst kwamen de gevangenen in een kale ruimte binnen waar de
vergassing gebeurde. Daarna volgde de verbranding in deze ovens.


Tegenover de gaskamer staat deze houten constructie.
Op deze plek werd de eerste kampleider Rudolf Höss
na zijn proces opgehangen.
Na een drie uur durende rondleiding zijn we hier aan het
eindpunt gekomen. Na een pauze van ongeveer een uur
stappen we met onze gids op de bus richting Birkenau.
De afstand bedraagt ongeveer 3 km.


Birkenau is een gigantisch grote vlakte.
Dit is het befaamde beeld van het treinspoor en bijhorende
gigantische perron. Hier werden duizenden gezinnen uit elkaar
gerukt, om elkaar nooit meer terug te zien.


Na een ellendig lange reis (soms wel 2000 km) in goederenwagons
zonder eten, water, frisse lucht, verwarming of toiletten kwamen
de Joden op dit perron aan. De reis duurde eindeloos maar eenmaal
op het perron moest alles razendsnel gebeuren.

De SS'ers sloegen en schopten als het niet snel genoeg ging.
Wie geschikt was voor de arbeid ging naar rechts, de anderen
links. De tweede groep (vooral vrouwen, kinderen en ouderen)
gingen rechtstreeks hun dood tegemoet.

Waren het in Auschwitz vooral stenen blokken dan
verbleven de gevangenen hier in armoedige houten
barakken. Deze boden totaal geen bescherming
tegen de extreme weersomstandigheden die hier
heersten.


Deze foto staat op exact dezelfde plek als waar ze genomen is.
Dit is een groep gevangenen die pas toegekomen is en die totaal
geen idee hebben wat hen te wachten staat. Ook hier heeft de
kampleiding beslist dat er muziek moet gespeeld worden om
alzo de indruk te geven dat het toch een leuke plek is waar de
mensen terecht zijn gekomen. Onder de gevangenen bevindt zich
de Duits-Joodse jazzmuzikant en gitarist Coco Schumann.
Hij wordt herkend door één van de kampleiders en krijgt
de opdracht om muziek te spelen. Coco Schumann zal
hier de bekende melodie " La Paloma" spelen.
"Midden in de chaos hoorde ik de welbekende melodie "La Paloma".
De smachtende melodie paste helemaal niet bij de hel waarin we
terechtgekomen waren. In de wirwar van mensen raakte ik mijn
ouders en mijn zus kwijt. Het was de laatste dag dat ik samen was
met mijn ouders en mijn zus. La Paloma is een mooie melodie.
Maar voor mij roept hij duistere herinneringen op. Herinneringen
aan vernietiging." (Edith.....)
(Uit: Getuiges van de tijd. Verhalen uit de Holocaust.
Jakob Lothe)


Dit is één van de vier gaskamers/crematoria van Birkenau.
De film "The Grey Zone" (2001) vertelt het verhaal van
Dr. Miklos Nyiszli. Hij was de rechterhand van Dr. Mengele,
en hij werkte met de leden van het "Sonderkommando". Dit
waren Joodse gevangenen die door de SS'ers verplicht werden
om te werken in het crematorium. Hun traumatische ervaringen
verplaatsten hun morele besef naar een soort grijze zone.
Een zéér beklijvende film!


De Joodse mannen die in het crematorium werkten hebben
getracht om de buitenwereld te laten weten wat  zich hier
allemaal afspeelden. Ze deden dit door briefjes in de omliggende
grond te verstoppen. Vele van deze briefjes zijn na de bevrijding
teruggevonden.




Zicht op de inrichting van een houten barak.

Sanitair in een barak. Dit moet een verschrikkelijke plek
geweest zijn. Stel U de geur voor en de ijskoude wind die
's winters door alle spleten naar binnen waait. Uit getuigenissen
van overlevenden blijkt dat de mensen dit soort situaties niet
het ergste vonden. Het ergste was de schrik voor de SS'ers.


Een laagje stro op deze planken en dat moet dan een bed voorstellen.
De vrouwen moesten dit bed met 12 delen.









Bij aankomst in het kamp moesten de gevangenen al hun kledij
uitdoen. De kleren werden in deze stoomoventjes ontsmet.
Hier een wand vol met foto's gevonden tussen de bagage die de
gevangenen meedroegen.


Op het terrein bevinden zich verschillende van deze waterputten.
Het lijken vredige vijvertjes maar in deze putten werden de assen
gestort van de verbrande lichamen.




Zelfs nu nog zijn er sporen van deze assen te zien op de
randen van deze waterputten.


Onze gids, die van deze streek afkomstig is, zei dat het zéér
uitzonderlijk was dat de Beskiden bergen te zien zijn.
Birkenau is echt een zéér sombere, vochtige, mistige en
winderige streek. Wanneer de gevangenen de bergen konden
zien dan gaf hen dat een bijzonder blij gevoel. Dan ontstond
er weer hoop om het kamp ooit levend te kunnen verlaten.




"Joden zijn de eeuwige vijand van het Duitse volk en moeten
worden vernietigd. Alle Joden die zich binnen ons bereik bevinden
moeten tijdens de oorlog zonder uitzondering worden vernietigd."
Adolf Hitler
Men schat dat er ongeveer 1,1 miljoen Joden, 70.000 Polen,

20.000 zigeuners, 10.000 Sovjetkrijgsgevangenen en meer
dan 10.000 gevangenen van andere nationaliteiten op de
site van Auschwitz zijn omgekomen.
Volgende keer bezoeken we een ander stukje van Polen.
Groetjes Liliane