zondag 15 december 2013

Dag 454

Opgebrand

De dag is blind geworden op de duur
en sukkelt in de valkuil van de nacht;
het beest van eenzaamheid gaat weer op jacht
en loert op wie alleen is in dit uur.

Gekloven brandhout in een hoek vergaard
maak ik tot levend vuur en metgezel;
in stalen pantser en met vlammenspel
houdt hij het beest op afstand van mijn haard.

Zo slim en snel dat ik niet volgen kan
verspringen dansfiguren op 't plafond;
de rode schijn gevoed door donk're bron
houdt al mijn vezels in zijn toverban.

Als droge poeder knettert 't droge hout
en gensters spatten sissend uit hun bast;
een puur ballet dat vloer en muur betast
en mij vanavond evenwichtig houdt.

De haard is dof geworden op de duur
en diep gedoken zit ik in de nacht;
geen rode gloed die blij mij tegenlacht
een dode zee van as waarin ik tuur.

Een splinter hout bezeert mijn weke hart
ik zie gebarsten blokken met een snee
als schimmen liggen op een grijze zee;
mijn eenzaamheid wordt zevenmaal zo zwart.

Ik hark het half verkoolde hout bijeen
en raak daarmee mijn laatste jaren aan;
ik zie ze al in rook en as vergaan
en mijmer verder over sintels heen.

Mathieu Gijbels

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen